agenda  bio  kunst  pers  literatuur    pers  blog

HOE TE LEVEN ALS HOMO?


zaterdag, 22 augustus 2026


WAT: ik heb dit schilderij ‘On ne naît pas gay, on le devient’ gemaakt in 2015, jesus, al elf jaar geleden. Time flies. Het schilderij diende ook als affiche voor de gelijknamige tentoonstelling.

Afmetingen: 133 x 125 cm.

HOE: als ik me niet vergis, kocht ik toen nog rollen katoen - waaruit ik doeken knipte-  die ik dan nog zelf prepareerde met gesso. Ik struinde het internet af op zoek naar de filmheldinnen uit mijn jeugd, waarmee ik opgroeide en het leven stap voor stap ontdekte, en die ik intens adoreerde. Van links naar rechts: Aileen Quinn (Annie), Kate Winslet, Tilda Swinton, Michelle Pfeiffer, Romy Schneider en Glen Close.

De titel is een bewerking van de bekende zin van Simone De Beauvoir: On ne naît pas femme, on le devient (uit Le deuxième sexe, 1949). Een oproep om je leven in eigen handen te nemen. Natuurlijk word je (biologisch) als vrouw geboren, zegt De Beauvoir, maar als je een autonome vrouw wil worden dan moet je zelf het heft in handen nemen. Laat je je leiden door je ouders of de maatschappij dan is de kans groot dat je een leven krijgt waarin je dienstbaar moet zijn aan anderen.

Idem met homo’s: als het aan je heterosexuele ouders ligt dan zal je waarschijnlijk trachten te leven als een hetero.

WAAROM: Ik wilde hommage brengen aan de vele actrices die rollen speelden waarvan ik veel heb geleerd. Buiten Tom Lanoye had je toen weinig homo-rolmodellen. Om iets te weten te komen over mijn toekomstige leven, had ik in films meer aan vrouwelijke – dan aan mannelijke personages, zoals bijvoorbeeld: hoe amoureus om te gaan met mannen?

Stel ik me tevreden met een heimelijk, teruggetrokken leven in de schaduw of dans ik midden op het plein onder een stralende zon?

Het schilderij werkt nog steeds als mijn uitroepteken: ik vul mijn rol in het leven zelf in.

Nu in de collectie van Kunst in huis.


KUNSTENAAR IN DE GEVANGENIS

vrijdag 21 augustus 2026



Hoe is het leven in de gevangenis?

‘Euh, dat weet ik eigenlijk niet. Na de rechterlijke uitspraak verdwijnt de dader achter slot en grendel . Einde verhaal?’

Op 4 september begin ik een kunstproject in de gevangenis van Merksplas.

De directeur van de gevangenis, Serge Roman - filosoof - vraagt me of ik geïnteresserd ben om schildeijen te maken over het gemeenschapsleven achter de poort.

Ik maak kunst in mijn atelier in Laken, in stilte, met de deur dicht. Dit zelfgekozen isolement begint me steeds meer te irriteren. Canvas knippen, schilderen, spieramen bestellen, teksten schrijven over mijn motieven, tentoonstellen, in een zwart gat vallen en opnieuw de steen naar boven rollen.
Hebt u dit schilderij ook in de kleuren van mijn klein salon?’ - ‘Euh?’ De missie achter de werken blijft ongehoord. Ben ik hiervoor vier jaar naar de academie getrokken? Ik wil de wereld mooier maken: niet enkel de muren van de rijksten van het land.

Ik lees de uitnodiging van Serge opnieuw. Voor mijn geestesoog verschijnen scènes uit films als ‘Midnight Express’, ‘The Green Mile’ en ‘The Shawshank Redemption’ en uit series als ‘Prison Break’ en ‘Orange is the new black’, veelal met personages waarvan je hoopt dat ze niet meteen vrijkomen.

Serge leidt me rond. Het eerste wat me opvalt is de enorme rust, een soort meditatieve stilte die je eerder zou associëren met een klooster: immense binnentuinen met eeuwenoude bomen die paden aflijnen, ateliers die weggelopen lijken uit de de negentiende eeuw, een ziekenboeg, een cinemaruimte op haar retour, een kapel en enkele ontmoetingsruimtes. Het is snel duidelijk: ik weet niets van het Belgische gevangeniswezen.

Regelmaat, uniformiteit in de architectuur en veel deuren die je achter jezelf moet sluiten. Ik ben nieuwsgierig. In blok C gaan we de trap op en lopen we een gang in waar ik medewerkers ontmoet: cipiers, psychologen en opvoeders. In een creatieve ruimte  krijgen geïnterneerden kunstlessen.  Ik voel me - wat ik niet had verwacht - enorm op mijn gemak.

Om het gemeenschapsleven in de gevangenis te leren kennen, spreken we af dat ik muurschilderingen ga maken met de geïnterneerden - gevangenen met een beperking - en dit tijdens de duur van een jaar, één dag per week.

Ik wijs naar een  groep mensen aan een houten picknicktafel en vraag of dit jongeren zijn op een uitstap. Serge schudt zijn hoofd: ‘Nee, dit zijn gedetineerden’.

Het project bestaat dus uit twee projecten: ten eerste maak ik schilderijen over het leven in de gevangenis van Merksplas - dit doe ik trouwens samen met Serge die instaat voor de teksten - en ten tweede maak ik muurschilderingen met de geïnterneerden op buitenmuren.

Is het voldoende voor een maatschappij om te weten dat iemand gestraft is voor wat hij of zij gedaan heeft of hebben we collectief meer baat bij informatie over het verdere verloop van het verhaal?

Hoe bereid ik me voor op zo’n enorme uitdaging? Ik ren als een gek naar Muntpunt - de Nederlandstalige bibliotheek dicht bij huis - en ik stapel volgende boeken op: ‘Kunst als medicijn’ van Daisy Fancourt en ‘Taking joy seriously’ van Camille Walala. Via de website van het museum Dr. Guislain bestel ik ‘De kunst van verbinding’ van Lara Hardeman, Stefanie Deygers en Kristine Timperman. Op Youtube bekijk ik  ‘The making of de muurschildering op de Fresiaflat op de Pierik’ en ik volg de tweedaagse workshop ‘L’inclusion sociale  à travers les arts.’  Ik check de voorwaarden van een flex abonnement op de website van de NMBS.

In het boek ‘Kunst als medicijn’ lees ik dat kunst, naast voeding, slaap, lichaamsbeweging en natuur, de vergeten vijfde pijler is voor een goede gezondheid en dat deelnemers aan kunstprojecten een enorme boost in geestelijke gezondheid ervaren.

Ik kan mensen dus echt helpen met dit project?

Ik voel me meer kunstenaar dan ooit.